Frame 1 · Het verkennend gesprek
Kennismaken met de initiatiefnemer
Alles begint bij wie de bemiddeling aanvraagt, meestal nog zonder de andere deelnemers. Samen regelen we de sessie: de timing, de inrichting, en wie er deelneemt.
Niet elk conflict hoort aan een bemiddelingstafel, en dat mag gezegd worden. Vier keer ja bepaalt of bemiddeling kans maakt. Dat vooraf nagaan bespaart iedereen een traject dat nergens heen leidt.
Niet elk conflict is bemiddelbaar, en dat mag gezegd worden. Bemiddeling werkt als de betrokkenen zelf de uitkomst willen bouwen. Of dat zo is, blijkt uit vier vragen, en op alle vier moet het antwoord ja zijn. Dat vooraf nagaan bespaart iedereen een traject dat nergens heen leidt.
Het begint met een kennismaking met de initiatiefnemer: degene die de bemiddeling aanvraagt. Meestal zitten de andere deelnemers daar niet bij, en dat hoeft ook niet. In dit gesprek maken we afspraken over de praktische kant van de bemiddelingssessie: de timing, de inrichting, en wie er deelneemt. Afhankelijk van het aantal deelnemers en de complexiteit mag je rekenen op vier tot zes sessies van twee tot vier uur.
We gaan ook na hoe de partijen zich tot elkaar verhouden. Is dit een conflict binnen een team, tussen twee teams, of tussen een team en een leidinggevende? Die verhouding bepaalt hoe we de sessie inrichten, want aan tafel moet er evenwicht zijn: iedereen moet vrijuit kunnen spreken, ongeacht positie of aantal.
En het gesprek legt de basis voor de vier ja’s. Uitspreken doen de deelnemers ze zelf, later. Maar komt hier al naar boven dat er op een van de vier een nee zit, dan heeft de eerste bemiddelingssessie geen zin, en is dat waardevolle informatie. Daarom polsen we ook naar de vrijwilligheid van de deelname. De kern die we de initiatiefnemer meegeven: het werkt niet als mensen komen omdat hun baas hen stuurde. Het werkt als ieder kan zeggen: ik kies ervoor om hier te zijn.
De vier ja’s komen van de deelnemers aan de bemiddeling zelf. Niemand kan ze in hun plaats geven, ook de initiatiefnemer niet. Uiterlijk bij de start van de eerste sessie moeten ze er alle vier zijn, hardop en vrij gegeven.
Soms wil iemand geen uitkomst maar een uitspraak: gelijk halen, een oordeel, een precedent. Dat is een legitieme wens, alleen hoort ze niet aan een bemiddelingstafel. Soms staat de beslissing eigenlijk al vast en wordt bemiddeling ingezet om ze aanvaardbaar te verpakken; dat ondermijnt het gesprek en komt altijd uit. En soms is de situatie niet veilig genoeg om vrijuit te spreken. In elk van die gevallen is nee het eerlijke antwoord.
Wij starten geen traject voor de vier ja’s er zijn. In het verkennend gesprek gaan we ze samen na, en zeggen we het ook als er een ontbreekt. Liever een eerlijk nee vooraf dan een traject dat vastloopt. Lees meer over onze aanpak →
Wanneer je overweegt om bemiddeling voor te stellen en wil inschatten of het kans maakt. Wanneer een van de betrokkenen twijfelt en wil weten waar die ja of nee eigenlijk over gaat. Of wanneer een eerder traject nergens toe leidde en je wil begrijpen waarom: vaak ontbrak een van de vier ja’s al bij de start.
Dan is een verkennend gesprek de eenvoudigste manier om de vier ja’s samen na te gaan, zonder verplichting.